Taal en Frans van in de kleuterklas

Frans leren met Pistache

Frans vanaf de 3de kleuterklas

De Entiteit Curriculum (ex-DVO of Dienst voor Onderwijsontwikkeling) vergelijkt taalsensibilisering en taalinitiatie met watergewenning. Net zoals watergewenning de ideale voorbereiding is op de eigenlijke zwemles, zo vormen taalsensibilisering en taalinitiatie een goede voorbereiding op de latere taallessen. 

Met de methode Pistache brengen we  kinderen op vroege leeftijd op een prettige, speelse manier in contact met de Franse taal. Frans wordt gebruikt als middel om Pistache en zijn vriendjes te leren kennen en om heel wat leuke dingen te doen. Zo kunnen we kinderen al op jonge leeftijd vertrouwd maken met de Franse taal. Het gaat hier om taalsensibilisering en taalinitiatie Frans.

"La valise de Pistache" houdt rekening met verschillende stapjes bij het aanleren van een taal: horen, begrijpen en spreken.In de eerste plaats bieden we klanken, woorden en structuren aan in een begrijpelijke context en met veel herhaling. Spelenderwijs legt het kind een klank- en woordregister aan. We hebben daarbij geduld nodig, want het kind heeft recht op een "stille periode". Tijdens die periode zien we nog geen resultaat, maar er gebeurt al heel veel.


Frans 3de graad

Vanaf de 3de graad krijgen de kinderen een degelijke voorbereiding op de overstap naar het secundair onderwijs.  De nadruk wordt gelegd op communcatie.  Kinderen worden gestimuleerd om zich te durven uiten in het Frans.
Onze leerkrachten werken samen met vakleerkrachten Frans uit de Middenschool Brugge om via co-teaching hun activiteiten nog te verrijken.

 

KIM-versie 1ste leerjaar

Voor het werken aan de Nederlandse taal gebruiken we in het 1ste leerjaar de methode KIM van Veilig Leren Lezen.

De methode kent een gestructureerde opbouw van het letter- en woordaanbod, waarbij alle aandacht uitgaat naar het ontdekken en gebruiken van structuren in woorden en het verwerven van kwalitatief sterke teken-klankkoppelingen. Op systematische wijze leren kinderen sneller nieuwe woorden en zinnetjes lezen. Bovendien is er naast technisch lezen veel aandacht voor leesplezier. Op die manier leggen kinderen in leerjaar 1 een stevig fundament voor hun taal-leesontwikkeling.


Mondelinge taalvaardigheid

Aan taal werken we de hele dag door.  We starten de dag of de week met een kringgesprek, praten over gevoelens of gebeurtenissen op de speelplaats, maar ook tijdens lessen wereldoriëntatie, wiskunde en muzische vorming overleggen kinderen met elkaar en presenteren ze het geleerde aan hun klas. 


LIST (Leesbevordering

Met vlot en vloeiend lezen wordt bedoeld dat de leerlingen nauwkeurig, automatisch, gemakkelijk, met de juiste intonatie, snel en zonder woordherkenningsproblemen een tekst kunnen lezen. Doordat dit proces automatisch verloopt, kan de nadruk gelegd worden op het begrijpen, interpreteren en beoordelen van de tekst. De beste manier om deze vaardigheden onder de knie te krijgen, is door veel te lezen. We moeten er als leerkrachten dus voor zorgen dat leerlingen vooral veel teksten lezen en deze teksten zelf uitkiezen zodat de motivatie voor het lezen groter is.

Het doel van het basisonderwijs is om de leerlingen te leren vlot en vloeiend stillezen. Het leesverbeteringsproject LIST heeft onderzoek gedaan naar hoe dit het best bereikt kan worden en vervolgens instructiebenaderingen ontwikkeld. Zij gaan uit van twee instructiebenaderingen, namelijk hommel en lekker stillezen.

Hommel staat voor Hardop Ondersteund Makkelijk Lezen. Wanneer leerlingen als hommel lezen, zullen zij een tekst hardop lezen met begeleiding en ondersteuning. Tot deze groep behoren de leerlingen die onvoldoende de vaardigheden van het decoderen en lezen op woordniveau onder de knie hebben. Bij het hommellezen kunnen de leerlingen samen lezen met iemand van hetzelfde niveau en ongeveer dezelfde leeftijd. Ze lezen elk om beurt een blad en kiezen dus samen een boek.

Bij het lekker stillezen gaan de leerlingen stillezen met minimale instructie, begeleiding en feedback. Leerlingen die stillezen zullen ook meer woorden en dus ook meer boeken lezen doordat ze gemiddeld 30% sneller stil lezen dan hardop lezen (Houtveen, Smits en Brokamp, 2012). Stillezen wordt ook niet zomaar gedaan, het draagt bij tot het opbouwen van achtergrondkennis, woordenschat en begrijpend lezen. Om de leerlingen te blijven motiveren, kan de leerkracht ze af en toe toch een stukje hardop laten lezen. Dit bij wijze van motivatie en controle.

Er wordt elke dag een half uur in het rooster gepland waarbij de hele school aan het lezen slaat. Op die manier kunnen leerlingen van verschillende klassen door elkaar gegroepeerd worden aan de hand van hun niveau. Kenmerkend aan het project is dat de leeslessen telkens een gezamenlijke start en een gezamenlijk einde hebben. Tijdens de gezamenlijke start gaat de leerkracht een boek voorstellen, een stukje voorlezen en de leerlingen laten voorspellen wat er zal gebeuren in het boek. Dit vormt eigenlijk een minileeslesje.
Vervolgens gaan de leerlingen zelf lezen, dit als hommel of als lekker stillezer.
Als slot van het leesmoment verzamelen de leerlingen opnieuw en kan verder worden gebouwd op de miniles van de start of kan er aan boekpromotie door de leerlingen gedaan worden.
Doordat de leerlingen allemaal op eigen niveau in hun eigen boek lezen, al dan niet alleen, wordt er gewerkt aan convergente differentiatie. Alle leerlingen krijgen dezelfde instructie, lezen vervolgens op eigen niveau en eindigen het leesmoment opnieuw gezamenlijk.
 

1. In de kleuterschool (vanaf de 2e kleuterklas) wordt gewerkt aan voorbereidend lezen. Tijdens het voorbereidend lezen gaan leerkrachten met de kleuters aan de slag met letters. De letters worden veelal niet aangeleerd hoe ze in het alfabet klinken, maar hoe ze in een woord klinken (zoals de mmmm van maan).

2. In het eerste en tweede leerjaar wordt gewerkt aan het aanvankelijk technisch lezen (het verklanken van woorden en zinnen, zonder betekenis eraan te verbinden). De leerlingen lezen op dat moment in duo’s (hommels).

3. In het derde tot en met het zesde leerjaar wordt gewerkt aan het vloeiend en begrijpend lezen. Voordat de leerlingen tot begrijpend lezen kunnen komen, moeten zij vlot technisch kunnen lezen en een goed luisterbegrip hebben. Een LIST-moment verloopt als volgt:
 5 minuten miniles: De leerkracht leest een stukje uit een boek voor. Eventueel wordt wat meer over het boek verteld, worden er voorspellingen gemaakt over het vervolg van het verhaal…
 20 minuten lezen: De leerlingen lezen zelf stil of hardop (in de eerste graad vooral in duo’s). Terwijl de leerlingen lezen, is de leerkracht ook bezig met het lezen van een boek of het begeleiden van een duo.
 10 minuten afsluiten: Het afsluiten van een lesje kan op verschillende manieren gebeuren. Zo kan een leerling vertellen over een boek dat hij net gelezen heeft of worden voorbeelden van een bepaalde spellingregel in de gelezen boeken gezocht…